Gear

Drie platenspelers die bewijzen dat vinyl geen dure hobby is

· 5 min leestijd

Vorig jaar oversteeg de vinylomzet in de VS voor het eerst sinds 1983 de grens van een miljard dollar. Negentien jaar op rij groeide de markt, en dat is geen toeval. De grootste groep nieuwe kopers zijn twintigers en dertigers die zijn opgegroeid met Spotify maar nu bewust kiezen voor iets tastbaars. Een platenspeler staat inmiddels op evenveel wenslijsten als een espressomachine of een goede whisky.

Het lastige is het instappunt. Zoek je op "platenspeler kopen", dan krijg je alles van €40 rommel bij de drogist tot audiofiele setups van duizenden euro's. Wat je nodig hebt, zit daartussenin.

Wat je moet weten voordat je er een koopt

Een platenspeler is nooit een compleet systeem op zichzelf. Je hebt actieve luidsprekers of een versterker met passieve speakers nodig. Daarvoor is ook een phono-preamp nodig, een versterker die het zwakke signaal van de naald omzet naar normaal lijnniveau. Veel moderne platenspelers hebben die ingebouwd; bij duurdere modellen is die extern, omdat aparte preamps beter klinken.

De naald is het enige onderdeel dat je platen daadwerkelijk raakt. Een slechte naald met te veel druk sloopt je vinyl langzaam maar zeker. De modellen hieronder behandelen je platen met respect. En mocht de naald ooit versleten zijn, dan vervang je hem zonder de hele speler weg te gooien.

Sony PS-LX3BT - vollautomatisch en klaar om te beginnen

De Sony PS-LX3BT kost rond de €400 en is de vriendelijkste optie voor wie geen zin heeft in gedoe. Je legt een plaat op, drukt op play, en hij start. Na de laatste groef stopt hij ook automatisch. De ingebouwde phono-preamp betekent dat je hem direct aansluit op een actieve luidspreker, ook draadloos via Bluetooth als je dat liever hebt.

Sony maakt al decennia audioapparatuur en dat merk je aan de afwerking. De meegeleverde naald is geen topmodel maar degelijk genoeg voor je eerste jaren. Als het vinyl-virus echt toeslaat, kun je later upgraden naar een betere naald voor €50 tot €80 zonder de speler te vervangen. Dat is precies waarom het verstandig is om niet direct op het goedkoopste toestel in te zetten.

Denon DP-300F - solide voor wie minder wil uitgeven

De Denon DP-300F is wat goedkoper dan de Sony en ook vollautomatisch, met ingebouwde phono-preamp en een degelijke naald. Het grote verschil: geen Bluetooth. Maar als je hem aansluit op vaste luidsprekers met een kabel, mis je niets. Denon heeft jarenlange expertise in audio en de DP-300F klinkt voor de prijs uitstekend op een normaal woonkamersysteem.

Voor wie geen behoefte heeft aan draadloze connectiviteit, is dit gewoon een goed en betrouwbaar toestel. Minder fratsen, gewoon spelen.

Pro-Ject T1 Phono SB - als je het serieus aanpakt

De Pro-Ject T1 Phono SB is een andere klasse dan de twee andere modellen in dit overzicht. Hij is niet vollautomatisch: je tilt de toonarm zelf op en neer. Dat klinkt als meer werk, maar het heeft een voordeel. Minder bewegende onderdelen, meer controle, betere afstemming. De riemaandrijving zorgt voor minder trilling dan een directaandrijving, en de ingebouwde phono-preamp is van duidelijk hogere kwaliteit.

Pro-Ject is een Oostenrijks merk dat platenspelers maakt als gereedschap, niet als lifestyle-object. De T1 Phono SB is hun instapmodel maar klinkt als een speler van een klasse hoger. Wie weet dat dit een hobby voor de lange termijn wordt, koopt hier beter eenmalig wat meer dan twee keer een goedkopere speler.

Speakers en wat je verder nodig hebt

Een platenspeler zonder goede luidsprekers is als een goed kookmes zonder snijplank. Voor wie nog niets heeft: actieve boekenplankluidsprekers zijn de makkelijkste oplossing, want die hebben een eigen versterker ingebouwd. De Edifier R1280DB (onder de €150) en de Klipsch R-15PM (rond de €300) zijn solide keuzes voor de prijs. Staan er al luidsprekers in je woonkamer op een AV-receiver? Dan sluit je de platenspeler gewoon via de phono-ingang aan.

Platen koop je bij de platenzaak om de hoek, via Bol of op Discogs voor tweedehands. Een nieuwe LP kost gemiddeld €25 tot €35. Begin met wat je kent en experimenteer daarna.

Dit geeft je iets wat streaming niet geeft

Vinyl klinkt anders dan Spotify. Niet per definitie beter of slechter, maar anders. Minder gecomprimeerd, meer ruimte in de opname, een warmte die je op veel albums hoort die digitaal platgetrokken klinken. Maar het echte verschil is de manier van luisteren. Je zit er bewust bij, je draait na twintig minuten de plaat om, je kijkt naar de hoes. Er is geen algoritme dat je naar het volgende nummer trekt.

Die behoefte aan rust en concentratie past bij een bredere trend: mannen die bewust minder scherm willen en meer aandacht voor wat er voor hen ligt. Als je ook al langer nadenkt over een eenvoudigere telefoon, is een platenspeler een logische volgende stap. En als je thuis een plek zoekt die echt van jou is, past de behoefte aan een eigen ruimte precies in hetzelfde beeld.

Vinyl is geen nostalgie. Het is een bewuste keuze om anders te luisteren. En die keuze begint tegenwoordig voor minder dan vijfhonderd euro.

J
Geschreven door Jorn Pieters Rides & gear redacteur

Jorn is ex-automonteur die na vijftien jaar garagewerk zijn schroefsleutel verruilde voor een toetsenbord, maar zijn handen zijn nooit helemaal schoon geworden. Hij schrijft over auto's, motoren en gadgets met de kennis van iemand die weet hoe dingen echt werken onder de motorkap, en niet alleen hoe ze eruitzien op Instagram. Zijn vriendin vindt het verdacht dat hij altijd olie aan zijn handen heeft, zelfs als hij zogenaamd de hele dag heeft zitten typen. In het weekend vind je hem op oldtimerbeurzen of in zijn eigen garage, waar hij een Volkswagen Kever uit 1972 langzaam weer tot leven probeert te wekken. Hij gelooft heilig dat elke man minstens één keer in zijn leven zelf een band moet verwisselen, al was het maar voor het gevoel.