Rides

De Donkervoort P24 RS heeft 600 pk en weegt 780 kilo

· 6 min leestijd

Donkervoort uit Lelystad heeft zijn extreemste auto ooit klaargemaakt. De P24 RS, opvolger van de F22, krijgt geen Audi-motor meer maar een Ford GT-V6 van 600 pk. Het hele ding weegt 780 kilo en heeft een vijfbak die je zelf moet schakelen. Honderdvijftig stuks, prijs vanaf 298.500 euro exclusief btw. Toen Donkervoort de auto in januari aankondigde, waren er al meer dan vijftig verkocht.

Een Ford GT-blok in plaats van Audi-power

De P24 RS is een breuk met traditie. Donkervoort gebruikte jarenlang de vijfcilinder uit de Audi RS3 en TT-RS, een motor die altijd opviel door zijn typische roffel. Voor de P24 RS gaat dat blok eruit. Wat erin komt is de 3,5-liter twin-turbo V6 EcoBoost uit de Ford GT, in drie versies: 400, 500 of 600 pk. De topversie levert 800 Nm koppel bij 4.500 toeren en houdt die 600 pk vast tot 7.000 toeren.

De keuze is praktisch en politiek. Audi stopt langzaam met zijn vijfcilinder, en Ford heeft de GT-V6 in serie liggen voor specialistische bouwers. Donkervoort krijgt zo een motor die nog jaren geleverd wordt, met serieuze aftermarket-ondersteuning erachter.

Lichter dan een Mazda Miata

780 kilo is geen typefout. Een nieuwe Mazda MX-5 weegt vanaf 1.045 kilo. Een BMW M3 Competition zit boven de 1.730 kilo. De Donkervoort haalt zijn gewicht omlaag met een carbon monocoque, een minimalistisch interieur en de complete afwezigheid van scherm-elektronica. Wat je krijgt: een vermogensgewicht van 770 pk per ton.

Praktisch betekent dat een sprint van 0 naar 200 kilometer per uur in 7,4 seconden. De top is begrensd op 300, niet omdat er meer in zit maar omdat de banden niet harder willen. Top Gear noemde het cijfer ronduit belachelijk, en daar valt weinig op af te dingen.

Vijf versnellingen, zelf schakelen

Geen DCT, geen flippers. De P24 RS heeft een vijfbak handgeschakeld met een Torsen-sperdifferentieel, en daarmee zit de auto in een uitstervend hoekje van de markt. In het reguliere segment zijn er nog maar 24 auto's met handbak te krijgen, en bij supercars is een derde pedaal vrijwel uitgestorven.

Donkervoort gaat tegen die stroom in. De fabriek redeneert dat zijn klanten de auto kopen voor de bedrijvigheid, niet voor de rondetijd op de klok. Een handgeschakelde vijfbak met een echte koppeling geeft je iets om te doen, en dat is precies waar deze auto voor bedoeld is.

Wat de auto bewust niet heeft

Geen actieve aerodynamica. Geen ruisonderdrukking. Geen stoelmassage. Geen ADAS-pakket dat je achter het stuur in slaap suist. Het stuur is mechanisch verbonden met de wielen, niet via elektronica die uit slimheid je correcties weghaalt.

De P24 RS is wat Donkervoort analoog rijden noemt. Dat klinkt als marketingpraat, maar in dit geval klopt het. Wat erin zit is dwingend nodig: ABS, een traction-control die je uit kunt zetten, airbags. De rest is doorgesneden.

Wie deze auto mag kopen

De fabriek bouwt 150 stuks. Toen de P24 RS in januari werd onthuld, waren er al meer dan 50 weg. Vanafprijs: 298.500 euro exclusief btw, omgerekend rond de 360 duizend in een land als Nederland waar je btw plus bpm bovenop legt. Voor een goed geconfigureerd exemplaar zit je dichter bij de 450.

Dat is veel geld voor een auto die je twee keer per jaar uitrijdt op een trackday. Maar wie het uittikt zit in een club die zichzelf weinig verantwoording verschuldigd is. Het soort auto dat je niet wegdoet, met andere woorden, en dat een Ferrari-prijs lacherig laat lijken naast iets als de Ferrari Luce van komende maand.

Waarom Lelystad nog steeds supercars maakt

Donkervoort bestaat al sinds 1978 en bouwt al die tijd in de polder. Wat het bedrijf overeind houdt is precies wat de P24 RS voorstelt: een hardnekkig vasthouden aan een idee dat verder bijna nergens meer mag. Een lichte auto, een echte motor, drie pedalen, en niemand die je vertelt hoe je moet rijden. Op de site van Donkervoort staan de configuratiekeuzes klaar voor de laatste exemplaren.

De rest van de auto-industrie gaat de andere kant op, hard. Die wisseling van Audi naar Ford zegt iets over hoe lastig het wordt om dit soort auto's te blijven bouwen. Donkervoort heeft een nieuwe motorpartner gevonden waar het waarschijnlijk weer een decennium mee kan. Of dat genoeg is, is een andere vraag.

J
Geschreven door Jorn Pieters Rides & gear redacteur

Jorn is ex-automonteur die na vijftien jaar garagewerk zijn schroefsleutel verruilde voor een toetsenbord, maar zijn handen zijn nooit helemaal schoon geworden. Hij schrijft over auto's, motoren en gadgets met de kennis van iemand die weet hoe dingen echt werken onder de motorkap, en niet alleen hoe ze eruitzien op Instagram. Zijn vriendin vindt het verdacht dat hij altijd olie aan zijn handen heeft, zelfs als hij zogenaamd de hele dag heeft zitten typen. In het weekend vind je hem op oldtimerbeurzen of in zijn eigen garage, waar hij een Volkswagen Kever uit 1972 langzaam weer tot leven probeert te wekken. Hij gelooft heilig dat elke man minstens één keer in zijn leven zelf een band moet verwisselen, al was het maar voor het gevoel.