SEPTEM, een ontwerpstudio die je waarschijnlijk niet kende, lanceerde half april op Kickstarter een titanium spork van 36 gram met tien gereedschappen aan boord. De campagne ging hard. Vroege backers tekenen voor 58 procent korting en de comments stromen vol met outdoor-fans en EDC-verzamelaars die hun complete bestek willen vervangen door één tand-en-lepel-blokje. Tot je goed kijkt naar waar de mesranden zitten, en de hele logica scheef gaat hangen.
Dertig gram titanium met tien gereedschappen aan boord
De EATi One meet 20,4 bij 4 bij 1,4 centimeter en past in een vouwhoes die zelf weer dienstdoet als snijplankje. Op het korte uiteinde zit een lepel-vork combinatie. Aan de andere kant zitten een recht mes, een gekarteld mes, een schiller voor groente of fruit, een blik- en flesopener, een koevoetje, een smeermes en een doosjessnijder. SEPTEM telt dat als tien functies, hoewel je over de schiller en het smeermes redelijk kunt twisten.
Het idee is helder. Eén ding meenemen in plaats van een zak vol losse messen, vorken en zakmessen. Titanium multi-tools winnen al een paar jaar terrein in de outdoor- en EDC-hoek, en de EATi One probeert die trend door te trekken naar het bestekvak waar Gerber tot nu toe alleen bestond.
Waarom titanium hier het juiste materiaal is
Voor een tool die je in je rugzak gooit en in een vuurtje of campingstoof legt, is titanium de logische keuze. Het roest niet, smelt niet bij gebruikelijke kookpan-temperaturen en weegt grofweg de helft van roestvrij staal bij dezelfde sterkte. SEPTEM voegt daar een derde claim aan toe, namelijk dat titanium van zichzelf een stuk minder bacteriegroei toelaat dan plastic of zelfs RVS. Of dat in de praktijk meetbaar is bij een lepel die je eens per dag in beekwater spoelt, blijft een open vraag.
Wat wel duidelijk klopt is het gewicht. Een vergelijkbare set van een lepel, vork, mes en zakmes komt al snel boven de 200 gram uit. Wie ultralight wandelt of zijn rugzak tot op de gram telt, snapt waarom dat verschil ertoe doet. En aan de andere kant van het spectrum staat de man die simpelweg een nettere lunch op kantoor wil zonder elke maandag plastic vorkjes uit de gemeenschappelijke keukenla te halen.
De designfout die reviewers meteen oppikten
En dan loop je tegen het probleem aan dat New Atlas en Gear Patrol in hun analyses uitlichtten. Op de EATi One zitten de lepel en vork aan het ene uiteinde, en de twee messen aan het andere. Klinkt logisch, want zo ontwerp je het meeste keukenbestek ook. Behalve dat je hier hetzelfde stuk titanium gebruikt voor allebei.
Wil je een stuk vlees of een appel doormidden snijden vlak voordat je het opeet? Dan houd je het mes vast bij de greep waar je net je vork mee gebruikte, of erger: je snijdt eerst alles voor en gaat daarna eten met een handvat dat onder de saus zit. Gerbers Compleat, het concurrerende ontwerp dat al jaren bestaat, lost dat op door de mesfunctie als vertanding aan de zijkant van de vork te verwerken. Niet elegant, wel praktisch.
Het is geen showstopper, maar het laat zien dat een spork-met-alles-erop-en-eraan in de praktijk nog steeds botst met fysieke werkelijkheid. Tien functies in één tool betekent automatisch dat een paar van die functies elkaar in de weg zitten.
Hoe deze zich verhoudt tot de Gerber Compleat
Gerbers Compleat is al bijna een decennium een vaste waarde voor wandelaars en festivalgangers. Hij weegt iets meer (rond 50 gram), is van RVS in plaats van titanium, kost rond de 22 euro en heeft minder functies. Daar staat tegenover dat het ontwerp ergonomisch werkt, dat de spork-rand letterlijk uit één stuk komt en dat hij overal te koop is.
De EATi One vraagt op Kickstarter een Early Bird vanaf rond 35 euro, met retailprijzen die richting 60 euro gaan zodra de campagne afloopt. Voor dat verschil krijg je vier extra functies, een lichter en duurzamer materiaal, en een premium uitstraling die de Compleat mist. Of dat de minpunten in de mes-positie waard is, hangt vooral af van wat jij eet als je hem gebruikt.
Voor wie deze spork wel logisch is
Drie scenario's waarin de EATi One zinvol wordt. Solo-kampeerders die voorgekookte maaltijden eten en zelden iets hoeven te snijden, profiteren puur van het gewicht en de blikopener. Lunch-EDC voor kantoor: een appel pellen, een sandwich smeren, een blik tonijn opentrekken zonder de gemeenschappelijke keukenla te plunderen. Slank EDC dat je nauwelijks voelt blijft een sterk argument, en 36 gram in een schede van vijftien centimeter past in elke laptoptas. En tot slot: noodvoorraadtas in de auto, voor de keer dat je strandt en alsnog die tomatensoep moet warmen.
Wie thuis een echt mes wil bij zijn maaltijd, of structureel vlees snijdt op pad, koopt beter een degelijke camping-spork van de Compleat-school plus een los wandelmesje. Twee tools blijft minder romantisch dan eentje, maar je raakt geen vingers kwijt.
Wat dit zegt over de EDC-trend in 2026
De EDC-markt zit duidelijk in een fase waarin elke gram en elke millimeter ertoe doet. Wallet-knives zo dun als een creditcard, multitools die je in een riemgesp wegwerkt, en nu een bestekset die je vouwt tot het formaat van een telefoon-pen. Titanium is overal en de prijs ervan zakt langzaam, waardoor wat tien jaar geleden vooral voor militairen betaalbaar was, nu door designstudio's in een Kickstarter-campagne gegooid wordt.
Maar de EATi One herinnert er ook aan dat tien functies kunnen niet hetzelfde is als tien functies goed kunnen. Een echt zakmes snijdt fijner. Een echte vork prikt steviger. Een echte spatel smeert breder. De winst zit in dat je het allemaal bij je hebt, het verlies zit in dat je elk afzonderlijk taakje iets minder goed uitvoert. Voor de man die zijn rugzak tot op de gram telt is dat een prima ruil. Voor de man die thuis aan tafel zit, is de keukenla nog steeds onverslaanbaar.