Honda haalde deze herfst een naam uit de mottenballen die veel mannen van boven de veertig meteen herkennen. De Prelude, ooit het sportieve visitekaartje van het merk, is terug. Niet als de handgeschakelde coupé uit de jaren negentig, maar als hybride met een aandrijflijn die rechtstreeks uit de Civic komt en een chassis dat leentjebuur speelt bij de Civic Type R. Op papier een mooi verhaal. In de praktijk laat de auto twee compleet verschillende reacties zien, en die botsing is precies waarom dit model het bespreken waard is.
Een coupé zonder versnellingsbak die toch schakelt
De nieuwe Prelude heeft geen traditionele transmissie. De 2.0-liter viercilinder werkt samen met twee elektromotoren, samen goed voor 200 pk, en de aandrijving loopt via een systeem zonder koppelingsplaten of versnellingsbak zoals je die kent. Toch voelt het schakelen aan als schakelen. Honda noemt dit S+ Shift: in de sportmodus laat de software de generatormotor tijdelijk remmen, waardoor er kunstmatige weerstand ontstaat op het moment dat je zou terugschakelen. Het toerental zakt met een schokje, precies zoals bij een echte bak.
Het is een slimme oplossing voor een probleem dat elke fabrikant met een hybride sportauto heeft: hoe geef je een bestuurder het gevoel van mechanische betrokkenheid, terwijl de aandrijflijn eigenlijk stilletjes en soepel werkt. Of het overtuigt, verschilt sterk per rijder. Wie een handbak wil, zal het nooit als vervanging zien. Wie vooral houdt van het ritme van schakelen, komt een heel eind.
Amerikanen laten de Prelude massaal links liggen
In de Verenigde Staten ging de verkoop bepaald niet van een leien dakje. In de eerste volledige maand op de markt registreerde Honda 174 verkochte exemplaren, tegenover 229 voor de Subaru BRZ en 482 voor de Mazda MX-5 in diezelfde periode. Een maand later stond de teller op 216, in februari op 299. Pas in april kwam Honda met 357 verkopen enigszins in de buurt van de eigen doelstelling van 300 tot 400 per maand.
Een deel van het probleem ligt niet bij de auto zelf, maar bij de dealers. Doordat de voorraad in het begin beperkt was, vroegen sommige verkooppunten fors meer dan de adviesprijs, in extreme gevallen tot boven de 65.000 dollar voor een auto die voor iets meer dan 42.000 dollar in de prijslijst staat. Daarnaast mist de Prelude bij Amerikaanse liefhebbers precies het element dat de oude generaties beroemd maakte: een handbak. Zonder die optie voelt de auto voor een deel van de doelgroep als een gemiste kans, ook al heeft-ie de remmen en ophanging van de Type R.
In Japan is de Prelude niet aan te slepen
Zet die cijfers naast Japan en het beeld draait compleet om. Toen de bestellingen daar open gingen, mikte Honda op zo'n driehonderd orders per maand. Binnen de eerste maand kwamen er meer dan 2400 binnen, ruim acht keer zoveel als verwacht. Opvallend is ook wie er koopt: niet de jonge liefhebbers die de auto uit hun jeugd herkennen, maar juist klanten in hun vijftiger en zestiger jaren die destijds te jong of te druk met carrière waren om een Prelude te kopen, en dat nu inhalen.
Het verschil laat goed zien hoe verschillend twee markten naar dezelfde auto kunnen kijken. In Japan telt nostalgie zwaarder dan de afwezigheid van een handbak, en is een comfortabele, efficiënte hybride coupé precies wat een oudere doelgroep met koopkracht zoekt. In Amerika ligt de lat voor een "echte" sportcoupé nog altijd bij een manuele bak en een herkenbare uitlaatklank.
Waarom dit meer is dan alleen een verkoopcijfer
Het patroon is niet uniek voor de Prelude. Ook Toyota koos ervoor om de Celica terug te halen met 400 pk onder de kap, en Mitsubishi deed hetzelfde met de terugkeer van de Pajero. Fabrikanten grijpen steeds vaker terug naar bekende namen uit hun eigen archief, in de hoop dat nostalgie doet wat een compleet nieuw model niet meer voor elkaar krijgt: aandacht trekken in een markt vol SUV's. Wat de Prelude laat zien, is dat zo'n naam alleen niet genoeg is. De uitvoering moet aansluiten bij wat de koper in die specifieke markt verwacht, en dat verschilt per continent meer dan je zou denken. In de Verenigde Staten, waar ook de stationwagon ineens weer hip is, blijkt de smaak van kopers grilliger dan fabrikanten vaak inschatten.
Wat dit betekent voor de volgende Honda
Voor Honda zelf is de les waarschijnlijk dat een sterke naam wereldwijd totaal verschillende verwachtingen oproept. De Prelude gaat de VS niet redden als volumemodel, maar in Japan bewijst hij dat er nog altijd een markt is voor een auto die er sportief uitziet zonder track-dagen te beloven. Verwacht daarom niet dat Honda de handbak alsnog toevoegt om Amerikaanse puristen tevreden te stellen. Het bedrijf lijkt de Prelude bewust te positioneren als comfortabele grand tourer met een sportief sausje, niet als opvolger van de Type R. Wie hem op die manier beoordeelt, snapt beter waarom de ene markt hem omarmt en de andere hem laat liggen.